Geen held zijn


Ik heb geleerd dat niet alles gered hoeft te worden. En dat willen redden soms meer zegt over degene die kijkt, dan over degene naar wie gekeken wordt.

Ik ben geen held. Ik kom niemand uittrekken uit zijn leven. Ik wijs geen schuldige aan en geen oplossing.

Ik kijk. Ik zie. En ik laat.

Niet uit onverschilligheid, maar omdat sommige dingen alleen van binnenuit kunnen veranderen.

Mijn taak is niet de wereld dragen. Mijn taak is mezelf dragen.

En dat is genoeg.


Over een keuze die er niet was


Soms vind ik het een vreemd idee dat ik nooit heb mogen kiezen of ik uitbreiding wilde in mijn leven.

Niet omdat ik het per se had gewild. Ook niet omdat ik het per se niet had gewild. Maar omdat die vraag mij simpelweg niet gesteld is.

Dat voelt soms verdrietig. Niet scherp. Meer als een stille vaststelling.

Ik kan me voorstellen dat het leuk is. Een eigen karakter, voor de helft van mij, voor de helft iets totaal eigens.

En tegelijk zie ik ook hoeveel het vraagt. Hoeveel je jezelf moet verplaatsen. Hoeveel je moet loslaten van wie je was.

Ik weet niet of ik die keuze zo vanzelfsprekend had gemaakt. Misschien wel. Misschien niet.

Maar dat is het vreemde: die afweging hoef ik niet te maken. Niet omdat ik haar heb afgerond, maar omdat ze niet mogelijk is.

Draagmoederschap voelt als te veel regels, te veel geld, te veel spanning. Alsof iets wat intiem zou moeten zijn een project wordt.

Adoptie heeft mij nooit echt gerustgesteld. Niet omdat het kind niet welkom zou zijn, maar omdat het verlangen daar zo snel in formulieren en voorwaarden verdwijnt.

Een kind is geen plan. Geen oplossing. Geen recht.

Je kunt alleen hopen dat het je gegund wordt. En als dat niet zo is, moet je daar mee leren leven.

Ook als je het jammer vindt. Ook als je het had kunnen liefhebben.


Televisie


Ik kijk bijna geen televisie meer. Niet omdat het niet mag, maar omdat ik merk wat het met me doet.

Beelden komen snel binnen. Verhalen, meningen, rampen, discussies. Nog voordat ik ze echt heb kunnen voelen, vragen ze al iets van me.

Ik heb lang gedacht dat het belangrijk was om alles te weten. Om bij te blijven. Om mee te kunnen praten.

Maar ergens onderweg merkte ik dat mijn lijf daar iets anders van vond. Dat het onrustig werd. Alsof ik meer binnenkreeg dan ik kon dragen.

Nu kies ik vaker voor stilte. Voor niet weten. Voor mijn eigen tempo.

Dat voelt soms vreemd, alsof ik iets mis. Maar meestal voelt het juist alsof ik iets terugkrijg: ruimte. rust. helderheid.

Ik hoef niet alles te zien om verbonden te zijn met de wereld. Soms is het genoeg om verbonden te blijven met mezelf.



Tussenin


Ik merk dingen op.

Dingen die vroeger langs me heen gingen. Manieren waarop mensen praten, wat ze normaal vinden, wat succes heet, wat geluk zou moeten zijn.

En het gekke is: ik zie het, maar ik kan er niets mee. Niet omdat ik het niet begrijp, maar omdat ik er nog geen plek voor heb.

Het voelt soms alsof ik erbij ben, maar niet meedoe. Alsof ik in een film zit, waarvan ik het script herken, maar waarin ik mijn rol nog niet weet.

Ik wil niet uitleggen. Ik wil niet verbeteren. Ik wil niemand wakker schudden.

Ik zie alleen. En dat is soms vermoeiend.

Want zien zonder te handelen maakt eenzaam. Niet dramatisch, maar stil.

Ik weet dat dit geen eindpunt is. Het voelt meer als een tussenruimte.

Niet meer wie ik was, maar ook nog niet wie ik word.

Dus ik blijf hier even. Kijk. Adem. En laat het bestaan.

Misschien hoeft er nog niets gedaan. Misschien is dit genoeg voor nu.


Vakantie

Soms merk ik hoe makkelijk ik rust buiten mezelf zoek. Een andere plek. Een paar dagen weg.

En toch… als ik mezelf kan toestaan dat het goed is zoals het nu is, waarom zou ik dan naar buiten mezelf op zoek moeten naar rust?

Ik heb gemerkt dat vakantie vaak als rust voelt. Maar ook dat die rust weer verdwijnt zodra ik terug ben. Alsof ik alweer uitkijk naar de volgende pauze.

Terwijl ik eigenlijk ging om tot rust te komen.

Steeds vaker voelt het voor mij zo: rust is geen bestemming. Het is iets wat vanbinnen ontstaat, als ik mezelf ruimte geef.

En misschien is dat wel het lastigste: dat als ik vanbinnen geen rust kan toelaten, ik die ook niet zomaar op een andere plek zal vinden.


Meditatie

Meditatie gaat voor mij niet over moeilijke technieken of ingewikkelde houdingen. Het begint gewoon bij ademen. Bij luisteren naar wat mijn lijf probeert te zeggen, ook al spreekt het niet in woorden.

Soms weet je lichaam al wat het nodig heeft voordat jij het doorhebt. En als ik mezelf genoeg rust geef, land ik vanzelf - alsof iets in mij zegt: "ja, dit was het."

Elke keer voelt anders. De ene dag zwaarder, de andere zachter. Maar mijn lijf laat me achteraf altijd merken wat die paar minuten stilte hebben gedaan.

Meditatie kan overal. Op een stoel, op de bank, onder de douche, tijdens het lopen. Het is gewoon kiezen om even voorrang te geven aan mijn binnenwereld in plaats van aan de buitenwereld.

En nee — je hebt er geen yogales voor nodig, en ook geen handboek van dertig euro. Dit is iets wat je niet kunt kopen. Het is iets wat je alleen kunt toelaten.


Loslaten

Mensen zeggen vaak: “Laat het gewoon los. Alsof het een knop is die je even omzet. Maar niemand vertelt hoe je dat dan moet doen. En dat is precies waarom loslaten zo moeilijk is: het is geen stap, geen methode, geen schema. Het is iets ongrijpbaars.

Ik heb nooit bewust geoefend in loslaten. Het gebeurde pas toen ik mezelf begon te kiezen. Toen ik besefte: wat niet van mij is, hoef ik niet te dragen.

Loslaten betekent niet dat je iets vergeet, of dat het je niets meer doet. Het betekent alleen dat je het niet meer hoeft op te lossen. Dat je ruimte maakt in jezelf.

Het lastige is: als iemand zegt “laat het los”, kan het voelen als een verwijt. Dan denk je al snel dat je iets verkeerd doet. En daarna zit het wéken in je hoofd.

Eigenlijk is er maar één manier waardoor loslaten écht kan: praten zonder oordeel. Vertellen wat je voelt zonder dat er meteen een mening terugkomt. Maar dat is in deze wereld best zeldzaam. Zelfs de liefste partner, vriend of ouder heeft vaak toch een eigen kijk op wat jij zegt.

Daarom helpt het soms meer om te praten met iemand die alleen luistert. Of te schrijven. Of de woorden in jezelf zacht te laten worden
tot ze niet meer zo drukken.

Niets wat uit mijn mond komt is raar. Raar voelt het pas als iemand anders niet weet hoe hij moet teruggeven wat hij niet begrijpt.

Loslaten is dus niet wegduwen. Het is openen. Adem geven. En langzaam merken: dit hoort niet bij mij — ik mag het neerleggen.


Zelfhulpboeken

Mensen blijven maar grijpen naar zelfhulpboeken. Alsof je je leven kunt repareren door het stappenplan van een onbekende te volgen. Ik snap dat niet. Je kunt toch geen buitenwereld-pakketje kopen en verwachten dat het past op jouw binnenwereld?

Je kunt inspiratie opdoen, ja. Een mooie zin onderstrepen, een hoofdstukje nadoen. Maar uiteindelijk loop je vast, want je kunt niet leven vanuit iets wat niet uit jou komt.

Echte verandering gebeurt niet omdat iemand op pagina 43 zegt hoe het moet. Het gebeurt omdat er in jezelf eindelijk ruimte ontstaat, rust, eerlijkheid, en het zachte besef:
dit klopt voor mij — omdat het in mijn lijf past, niet omdat het in een boek staat.

Zelfhulpboeken zijn soms pleisters. Mijn binnenwereld vroeg meer om stilte, om vertragen, om woorden die niet duwen maar openen. Schema’s en stappenplannen deden dat niet voor mij.

Ik heb mijn inzichten niet uit boeken gehaald. Ik heb ze uit mezelf gehaald. Misschien rommelig, misschien langzaam — maar wél echt.


MRKH

Ik heb MRKH. Lange tijd wist ik niet wat ik ermee aan moest. Het voelde als iets groots, iets dat ik stil moest houden of iets dat mij anders maakte dan de rest.

En ja — het maakte me anders. Maar niet minder. Gewoon… anders.

MRKH heeft me verdriet gedaan, om wat er niet is, om wat niet vanzelfsprekend was, om wat ik nooit kreeg uitgelegd.

Maar het heeft me ook iets gegeven: een eerlijkere blik op mezelf. Ik hoef niet te voldoen aan het plaatje dat anderen normaal vinden. Mijn lijf is niet verkeerd. Het is gewoon mijn lijf.

Ik heb geleerd dat vrouwelijkheid niets te maken heeft met wat je mist, maar met hoe je leeft, hoe je voelt, en hoe je jezelf draagt.

En soms kan ik er zelfs om glimlachen: ik ben gebouwd op mijn eigen manier. Met een handleiding die net iets anders werkt, maar wel bij mij past.

MRKH is geen geheim meer. Geen pijn die ik wegstop. Geen stempel.

Het is een deel van mijn verhaal. En ik draag het nu zonder schaamte, zonder uitleg, zonder sorry.
Dit ben ik. Echt. Zacht.


Psycholoog

Ik wist in het begin niet eens wat een psycholoog precies doet. Ik dacht dat je iets moest meenemen, een verhaal, een plan, iets om te laten zien. Dus toen ik viel, ben ik maar zelf gaan graven. Niet omdat ik wist hoe het moest, maar omdat ik niet wist hoe ik anders weer moest opstaan.

Later pas ontdekte ik dat dit eigenlijk is wat een psycholoog doet: laten zien hoe je naar binnen kunt kijken, handvatten geven om lagen af te pellen, veiligheid bieden om eerlijk te zijn.

Maar ik was al bezig. Alsof iets in mij dacht: als ik blijf liggen, kom ik nooit meer overeind. Dus ging ik zoeken, voelen, begrijpen, afbreken, opruimen. Alleen, zonder te weten dat dit “therapie” heet.

Pas achteraf zie ik hoe bijzonder dat eigenlijk is. Dat je zonder handleiding kunt terechtkomen in precies het proces dat anderen met begeleiding doorlopen. Niet sneller, niet beter — maar omdat het moest. Omdat ik wilde blijven leven, blijven lopen, blijven worden.

Een psycholoog begeleidt normaal gesproken dit stuk. Ik deed het uit mezelf. Misschien omdat ik eindelijk een veilige plek vond waar ik alles kon neerleggen — bij mezelf, en in woorden.

En nu snap ik: herstel gaat niet alleen over hulp krijgen. Het gaat ook over durven openen. Over jezelf serieus nemen. Over voelen dat er iets in jou is dat verder wil, zelfs als je nog niet weet hoe.

Ik heb mezelf opgegraven zonder dat ik wist dat ik daarmee bezig was. En misschien is dat wel het allermooiste eraan: dat ik het al kon, voordat ik wist hoe het heette.


Herstel

Herstel gaat anders dan ik altijd dacht. Ik keer niet terug naar wie ik vroeger was of naar het tempo dat ik ooit normaal vond. Nu ik weer dingen probeer, merk ik juist: het oude past niet meer bij mij.

Ik ben helemaal teruggegaan naar mijn basis. Ik heb alles aangekeken wat pijn deed of in de weg zat. En nu mag ik langzaam ontdekken hoe opbouwen eigenlijk werkt.

Elke keer dat ik iets doe, reageert mijn lijf anders. Niet omdat ik minder sterk ben, maar omdat ik veranderd ben.

De oude ik kon alleen maar doorgaan, me aanpassen, presteren. Die manier werkt niet meer.

De nieuwe ik mag leren wat veilig voelt, wat goed is voor mij, wat te veel is en wat precies genoeg.

Soms komt de oude ik nog even terug, vooral als ik moe ben. Dan wil ze meelopen, meedoen, doorgaan. En soms laat ik haar even, want ze bedoelt het goed.

Maar steeds vaker luister ik naar het nieuwe deel in mij, dat zacht is, rustig, en zegt: je hoeft dit niet meer.

Herstel voelt nu alsof ik tussen twee kanten in sta. De ene kant ken ik heel goed, maar daar hoor ik niet meer thuis. De andere kant zie ik nog niet.

Dus blijf ik hier, en neem ik kleine stappen, net groot genoeg voor vandaag.

Ik hoef nog niet te weten wie ik word.
Ik mag gewoon oefenen.
En ruimte maken voor wat straks vanzelf verschijnt.